Sem Ben Yakar
Nummer zonder naam vertelt het verhaal van Efraïm, een hoopvolle, vrolijke Joodse jongen die vanuit de gevangenschap van een concentratiekamp terugkijkt op zijn leven. Hij herinnert zich het huis waar zijn moeder zong, de boekwinkel van zijn vader en zijn zusje Rachel dat overal rondrent: een gewoon leven, opgebouwd uit kleine, warme momenten. Tot zijn naam verandert in een nummer. Maar achter dat nummer blijft een mens bestaan, vol herinneringen, verlangens en de behoefte om gezien te worden. Met minimale middelen en maximale zeggingskracht ontstaat een intieme voorstelling over ontmenselijking, veerkracht en de kracht van herinnering. Geschreven en geregisseerd door Erwin van Heusden, gespeeld door Sem Ben Yakar.
Interview met Sem Ben Yakar
Sem: Ik was gevraagd om in het stuk Anne Frank te spelen. Natuurlijk niet Anne Frank zelf, maar een rol binnen die productie. Om bepaalde redenen ging dat dit jaar niet door. Toen vroeg deze regisseur: “Ik heb een monoloog liggen, wil je die lezen?” Eigenlijk had hij mij meteen te pakken, want het was raak. Het voelde heel puur. Natuurlijk zijn we er daarna samen nog helemaal doorheen gegaan. Ik heb gelukkig veel vrijheid gekregen om mijn eigen interpretatie toe te voegen, en ook mijn eigen achtergrond. Ik ben zelf Joods; veel dingen ken ik uit verhalen. Soms dacht ik: volgens mij zit het net iets anders, of zit het in kleine details. Bijvoorbeeld: in de eerste versie stond “op zaterdag werk ik mee in de boekenwinkel”, maar zaterdag is de sjabbat, een rustdag waarop je niet werkt. Daarnaast was het begin volledig in de verleden tijd geschreven.
Annemarijn: Dat maakt het afstandelijker.
Sem: Precies. Ik vond het juist mooi om het in de tegenwoordige tijd te zetten. Als alles in de verleden tijd staat, voelt het meteen vreemder en afstandelijker. Dan is er vanaf het begin eigenlijk geen hoop meer. Terwijl ik in het stuk juist voortdurend hoop las. Zelfs als zijn moeder wordt weggehaald, haalt hij hoop uit zijn vader. Dat blijft zich herhalen. Ik vond het belangrijk dat je aan het begin echt een hoopvolle jongen ziet, vol levenslust . Gewoon een jongen. Tegelijkertijd zijn er momenten waarop hij instort, waarop hij zich verslagen voelt, maar daarna hervindt hij weer zijn trots.
Dat komt denk ik ook doordat mensen in zulke situaties móéten doorgaan om te overleven. Wij weten nu wat er ging gebeuren, maar zij wisten dat niet. Hij wist niet dat zijn moeder en zusje linea recta naar de gaskamer zouden gaan. Dus ondanks alles moet hij blijven staan, hoe gek hij ook wordt. En hij kan niet opgeven, voor zijn kleine zusje Rachel, aan wie hij heeft beloofd haar altijd te beschermen. Dat is niet gelukt, en dat hoor je in de laatste tien minuten, waarin hij aftelt. Dat het hem niet is gelukt, weegt voor mijn personage misschien nog zwaarder dan zijn eigen dood.
Annemarijn: Die treinscène vond ik ook heel sterk, heel beeldend. Vooral door je gezichtsuitdrukking.
Sem: Ja, de visuals zijn echt heel tof. Ik wist vooraf dat er met visuals gewerkt zou worden, maar ik had nog niets gezien. Toen ik het in het theater zag, dacht ik echt: dit is vet. De toneelbeelden zijn echt mooi.
Annemarijn: Hoe is het om achter dat gaas te spelen?
Sem: In het begin was dat erg wennen. Ik zie eigenlijk bijna niets, alleen schimmen. Soms zie ik gewoon een donkere vlakte. Mijn zicht reikt misschien vijftig centimeter vooruit. Dat vond ik lastig, omdat je normaal contact maakt met het publiek via je ogen.
Ik weet natuurlijk wel hoe de zaal eruitziet, dus ik probeer toch mensen aan te kijken en hen het gevoel te geven: ik vertel dit verhaal aan jou. Zo heb ik het ook aangeleerd. Ik speel het alsof ik Efraïm ben, die voor een publiek staat en vragen beantwoordt. Dat is ook een soort ezelsbruggetje voor mijn tekst: elk stuk tekst is een antwoord op een vraag uit de zaal. Daarom probeer ik bij elke “vraag” iemand anders aan te kijken, zodat iedereen zich getuige voelt van het verhaal.
Annemarijn: Het is ook een enorme hoeveelheid tekst, anderhalf uur lang.
Sem: Ja, dat is behoorlijk intens. Maar de grootste uitdaging van deze rol vind ik dat ik in mijn eentje een heel groot verhaal vertegenwoordig. We speelden de eerste try-outs voor scholen, en je merkt dat kennis over de Holocaust steeds minder vanzelfsprekend is. Daar voelde ik echt een verantwoordelijkheid: ik moet dit verhaal goed overbrengen. Het moet een jongen worden die voelt als iemand van nu, zodat leerlingen zich met hem kunnen identificeren. Dat vond ik het zwaarst, dat ik hoop dat ik het verhaal, namens al die mensen die zijn vermoord, inclusief mijn eigen familie, goed kan vertellen. In de hoop dat het iets leert en dat zoiets nooit meer gebeurt.
Annemarijn: Hoe was het om voor scholen te spelen?
Sem: Heel anders. Er wordt meer gelachen, bijvoorbeeld bij de scène waarin hij naakt is. Daar moest ik eerst aan wennen. Maar in nagesprekken bleek dat dat lachen vaak uit ongemak komt. Waar volwassenen misschien huilen, gaan jongeren eerder lachen maar het is wel een reactie. Ik schrok daar in het begin van, ook toen ik las dat er naaktheid in zat. Dan denk je: hoe gaan we dat doen? Je wilt het verhaal zo waarheidsgetrouw mogelijk vertellen, want zo ging het, maar je wilt niet zo shockeren dat mensen alleen nog met die naaktheid bezig zijn. Ik hoop dat we daarin de juiste balans hebben gevonden.
Annemarijn: Helpt het dat het laag voor laag gebeurt?
Sem: Ja, zeker. Ik dacht dat ik het spannender zou vinden dan het uiteindelijk is. Doordat het functioneel is, je trekt laag voor laag iets uit, wordt het onderdeel van het verhaal. Het is niet gratuit, maar versterkt juist het innerlijke van het personage.
Annemarijn: Waarom moet iedereen dit zien?
Sem: Omdat we dit verhaal niet mogen vergeten. We moeten blijven herdenken wat er is gebeurd. Alleen door daar echt bij stil te staan, kunnen we hopelijk voorkomen dat zoiets in de toekomst opnieuw gebeurt.

Interview met Erwin van Heusden (regisseur en schrijver)
Erwin van Heusden: Een aantal jaar geleden maakte ik de voorstelling De Jodenverraadsters, naar een tekst van Helmert Woudenberg, die onlangs is overleden. Daar zat een scène in die zich afspeelde in de gaskamer. Die had ik zelf vormgegeven, en die maakte elke voorstelling opnieuw veel indruk. Op het publiek, maar ook op mij. Daar is eigenlijk het zaadje geplant: hier moet ik ooit iets mee doen. Ik wilde al langer voorstellingen maken over de oorlog. Je hebt natuurlijk Anne Frank en nog veel meer stukken die elk jaar worden gespeeld, maar ik wilde een nieuw verhaal vertellen, vanuit een ander perspectief.
Naast mijn werk als regisseur geef ik ook les op het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam. Daar merkte ik dat jongeren steeds verder van de oorlog af staan. Ze hebben geen opa of oma meer die het hebben meegemaakt. Je hoort ook vaker twijfel: is het wel echt gebeurd? Of wordt het gezien als iets abstracts, bijna als fictie of virtual reality. Holocaustontkenning speelt daarin ook een rol. Hoe verder we van die oorlog afkomen, hoe meer het vervaagt en ik wil dat juist levend houden. Voor mij hoort dit bij de Nederlandse en eigenlijk de wereldgeschiedenis. Het is iets wat je moet blijven doorgeven. Zeker omdat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat hebben we zelfs recent nog gemerkt, bijvoorbeeld tijdens corona, toen ineens veel dingen niet meer mochten. Dat gevoel van beperking, hoe klein ook in vergelijking, laat zien hoe kwetsbaar vrijheid is. Dus ik wilde een voorstelling maken voor jongeren, met een personage van achttien jaar oud. Iemand met wie ze zich direct kunnen identificeren. Vanuit dat idee ontstond het concept: een jongen die vertelt vanuit de gaskamer in Auschwitz, en terugkijkt op zijn leven. Dat is uiteindelijk deze voorstelling geworden.
Annemarijn: Wat opvalt, is die constante golf tussen vervreemding en emotie.
Erwin: Ja, dat herken ik. Je denkt als publiek: dit gebeurt niet echt. Dit kan niet waar zijn. Maar tegelijkertijd weet je dat het wél zo is. Die spanning voel je ook bij het personage zelf. En als publiek wil je soms afstand houden; het komt te dichtbij. Maar je wordt er toch steeds weer in meegetrokken. Ik speel daar ook bewust mee. Het moet soms bijna voelen alsof je naar televisie kijkt, alsof het ver weg is. Tegelijkertijd kan ik met theater juist mensen laten verdwijnen of verschijnen. Omdat het personage kunstenaar wil worden, heb ik ook die schetsen toegevoegd op het gaasdoek. Die verbeelden zijn vader, moeder en zusje zonder gezichten, want dat zou te realistisch en te confronterend worden. Zo blijft het net iets abstracter, maar wel beeldend.
Annemarijn: Er zit ook een zekere speelsheid en luchtigheid in.
Erwin: Ja, dat vond ik belangrijk. Als het alleen maar zwaar en dramatisch is, wordt het ondraaglijk. Daarom hebben we gezocht naar momenten van lichtheid en ademruimte. Bijvoorbeeld in de structuur: hij vertelt niet alles chronologisch. Eerst thuis, dan Auschwitz, dan Westerbork, en dan weer terug.
Westerbork klinkt misschien vreemd, maar is in vergelijking bijna een “lichtere” fase, hoe wrang dat ook is. Daardoor krijgt het verhaal daar iets meer energie. Het publiek kan even ademhalen, voordat het weer zwaarder wordt. Tegelijk blijft het een jongen vol hoop. Ondanks alles wat hij verliest, zijn familie, zijn vrijheid, blijft hij vechten. Hij voelt: ik leef nog, mijn hart klopt nog. Juist dat maakt het zo aangrijpend.
Annemarijn: Wat was voor jou de grootste uitdaging bij deze solovoorstelling?
Erwin: Ik heb er ongeveer twee jaar aan geschreven. Het script lag er op een gegeven moment, maar voelde nog niet helemaal af. Toen leerde ik Sem kennen, ik coachte hem ook tijdens The Passion, en er was meteen een klik. Toen hij zei dat hij dit wilde spelen, vielen de puzzelstukjes op hun plek.
De grootste uitdaging zat voor mij in de kwetsbaarheid van het stuk, vooral omdat ik van hem vraag om zich op het toneel uit te kleden. In deze tijd, waarin er veel aandacht is voor grensoverschrijdend gedrag, moet je daar heel zorgvuldig mee omgaan. Ik heb dat niet toegevoegd om te shockeren, maar omdat het historisch klopt. Als je de waarheid wilt vertellen, moet je die ook durven tonen. Tegelijk moet je goed nadenken over hoe je dat opbouwt en verantwoord vormgeeft. Daarom hebben we er bijvoorbeeld voor gekozen dat hij tijdens het uitkleden het publiek aankijkt. Dat maakt het ongemakkelijk maar ook betekenisvol. Want niemand grijpt in. Niemand zegt: stop, dit hoeft niet. Het publiek blijft kijken. Dat is een onderlaag in de voorstelling: het maakt je als toeschouwer een beetje medeplichtig. Net zoals mensen destijds ook vaak wegkeken. Dat vond ik spannend, maar ook essentieel.
Annemarijn: Dat werkt inderdaad heel sterk.
Erwin: Ja, omdat het moment daardoor niet alleen visueel is, maar ook psychologisch. Het zit niet in wat je ziet, maar in wat je voelt. Soms is wat je niet ziet zelfs sterker. Daarnaast zit er ook een thematiek in van waardigheid: zelfs wanneer alles wordt afgenomen, blijft er iets menselijks over.
Annemarijn: Waar ben je het meest trots op?
Erwin: Dat alles samenkomt. Theater maak je nooit alleen. De technicus die dagenlang het licht programmeert samen met mij, de kostuumontwerper die historische details nauwkeurig uitwerkt, de vormgever van de visuals, alles draagt bij. Ik ontwerp zelf ook het toneelbeeld, het licht en het script. Dit theater is mijn plek, mijn “speeltuin”, waar ik alles kan samenbrengen. Van tekst tot beeld tot muziek. Als al die elementen uiteindelijk één geheel vormen, dan ben ik trots. Zelfs in de kleinste details, zoals het beeld van de poster, de kleuren, de verwijzingen naar nummers en symboliek, moet alles kloppen. Dat totaalbeeld, daar gaat het mij om.
Annemarijn: Waarom moeten mensen deze voorstelling zien?
Erwin: Omdat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Deze voorstelling laat zien wat er gebeurt als die vrijheid stukje bij beetje wordt afgenomen, je identiteit, je waardigheid, je lichaam, uiteindelijk je leven. Voor jongeren is dat extra belangrijk. Zij groeien op in een wereld waarin veel vanzelfsprekend lijkt. Maar dat is het niet. Als deze voorstelling hen aan het denken zet, bijvoorbeeld op 4 en 5 mei, over wat vrijheid betekent en waarom we herdenken, dan is mijn doel bereikt.

In 2026 zijn alle voorstellingen uitverkocht, maar houd de website www.nummerzondernaam.nl in de gaten voor een eventuele reprise in 2027!
Door: Annemarijn Clement
Foto’s: Peter Verheijen
