The Little Big Things
Koninklijk Theater Carré heeft wederom hoge ogen gegooid met een voor het Nederlandse publiek nieuwe musical: The Little Big Things. Deze moderne productie vertelt een bijzonder en waargebeurd verhaal over een jongen in een rolstoel, gebracht door een deels Engelse, deels Nederlandse cast, met inclusie van castleden met een handicap. Met sterke toneelbeelden, eigentijdse muziek en indrukwekkende visuele effecten weet de voorstelling te raken, al is het niet zonder kanttekeningen.

Nodigt uit om anders te kijken
Wanneer de zeventienjarige Henry Fraser, een veelbelovend rugbyspeler, tijdens een vakantie een duik in zee neemt, verandert één moment zijn leven voorgoed. Met een hoge dwarslaesie moeten Henry en zijn familie leren omgaan met een compleet nieuwe werkelijkheid. In het ziekenhuis ontmoet hij fysiotherapeut Agnes, die hem helpt te kijken naar wat nog wél mogelijk is. Stap voor stap hervindt Henry betekenis in de kleine dingen en ontdekt hij een nieuwe vorm van expressie.
De spectaculaire rolstoeleffecten zijn indrukwekkend, maar voegen niet altijd iets toe aan het verhaal
De voorstelling komt wat aarzelend op gang. In de eerste akte voelt het spel nog zoekend en niet altijd in balans; niet iedereen zit op dezelfde energie, en de zang blijft soms wat ingehouden. Kleine technische onvolkomenheden, zoals een volgspot die niet altijd goed staat en een moment met een rolstoel dat misgaat, dragen bij aan dat gevoel. Ook is de balans tussen muziek en zang niet optimaal: de muziek staat te hard, waardoor teksten moeilijk verstaanbaar zijn. Dat is iets wat jammer is, zeker bij een voorstelling die sterk leunt op storytelling. Tegelijkertijd zit er wel een prettige vaart in het geheel en valt de originaliteit van de muziek op. De composities zijn soms a-ritmisch en onvoorspelbaar, wat verfrissend werkt, al neigt het op momenten naar meer vertellend zingen dan echt muzikaal meeslepen.

Daar staat tegenover dat er zeker een aantal aanstekelijke nummers tussen zitten, met als hoogtepunt het indrukwekkende pauzenummer waarin alles ineens samenvalt. De koorzang is soms zo fenomenaal dat het doet denken aan spektakelnummers uit onder andere The Greatest Showman en Dear Evan Hansen, wat ook geldt voor de muziek. Visueel is de voorstelling een absolute krachttoer. Het decor is ogenschijnlijk minimalistisch, met een achterwand waarin de band is verwerkt, maar de toneelbeelden zijn magnifiek. Het gebruik van water op het toneel, projecties en licht zorgt voor een gelaagd en dynamisch geheel. De choreografie en koorzang zijn strak en effectief, en het ‘in the round’-spel maakt dat je je als publiek echt onderdeel voelt van het verhaal. De zaal wordt actief en slim gebruikt, wat de betrokkenheid vergroot.

In de tweede akte komt de voorstelling echt tot bloei. De emotionele impact neemt toe en de cast vindt zichtbaar meer balans en kracht. De zang wordt sterker, zuiverder en overtuigender. Lucia Zemene is als Katie een absolute uitblinker met haar krachtige stem en spel. Ed Larkin, die Henry speelt na het ongeluk, is een bijzonder natuurlijke performer die zich nergens laat beperken door zijn rolstoel. Zijn samenspel met Djavan van de Fliert, die de jonge Henry vertolkt, werkt goed, al is het verschil in ervaring merkbaar. Djavan brengt veel energie en sterke mimiek, maar mist nog wat diepgang en overtuiging of lef, die Larkin wel weet te raken. Ook Liam Tobin als vader (Andrew Fraser) overtuigt met warm en geloofwaardig spel en sterke zang. De familieband voelt oprecht en vormt het hart van de voorstelling. Naarmate het verhaal vordert, wordt de verhaallijn duidelijker en emotioneel consistenter, waardoor de voorstelling uiteindelijk echt weet te raken. De spectaculaire rolstoeleffecten zijn indrukwekkend, maar voegen niet altijd iets toe aan het verhaal. Soms leiden ze zelfs af van wat er dramaturgisch gebeurt op het toneel. Minder had hier wellicht meer geweest.
De voorstelling nodigt uit om anders te kijken: naar beperkingen, maar vooral naar mogelijkheden
Ondanks dat het geheel af en toe voelt als losse flarden en nog wat meer vloeiendheid, durf en balans kan gebruiken, blijft The Little Big Things een liefdevolle en relevante voorstelling. Het verhaal maakt duidelijk dat niet alleen het leven van één persoon verandert na een ingrijpende gebeurtenis, maar ook dat van de mensen eromheen. De voorstelling nodigt uit om anders te kijken: naar beperkingen, maar vooral naar mogelijkheden. Het is een productie die nog lang bijblijft en de emotie weet te raken, met name op het einde.

The Little Big Things speelt nog tot en met 16 augustus 2026 in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam. Meer informatie & tickets vind je op www.carre.nl.
Door Annemarijn Clement
Foto’s: Danny Kaan

